ringo
Wednesday, 24 September 2008

 Ik waggel door ons paleis.
Wijdbeens, alsof er reedsch een koppetje tussen de benen komt opgepopt.
Petrouchka kan zichzelf nu namelijk elk moment lanceren.
"Ik denk dat ze er lachend uit komt," zegt de Temmer.
"He?" roep ik. "Wie? Wat zeg je?"
Als hij in de voorkamer staat en ik in de achterkamer, kunnen we elkaar moeilijk verstaan. Zo immens groot is ons nieuwe huis.
"Lachend!" schreeuwt hij. "Dat de baby meteen moet lachen als ze naar buiten komt rollen! Of een grappige truc uithaalt!"
"In je gezicht poepen waarschijnlijk," zeg ik en graai in mijn nieuwe fetisj: een zak zoute popcorn.

De bel gaat.
Het is de hoogbejaarde buurman van nummer 36 die met bevende stem komt vertellen dat zijn poes spoorloos verdwenen is.
Een dikke, rode kater, die luistert naar de naam Ringo.
Hebben wij 'm soms gezien? En is de baby al geboren?
Wij schudden onze hoofden en ik waggel naar ons schuurtje om te zien of het beest zich daar toevallig heeft verschanst.
"Ringooooo!"
"Hou je ut nog een beetjuh vol?" vraagt Ben van de Buurtsuper als ik voor de zesde keer om een zak gezouten popcorn kom.
"Ben je die dikke buik nog niet zat?" informeert zijn vrouw. "Waar ga je trouwens bevallen? Thuis of in het ziekenhuis?"
"Thuis." Ik scheur de zak met geweld open en vermorzel de witgepofte vrienden tussen mijn malende kaken.
"O jee," griezelt zij. "Nounou, knap hoor! Vind je dat niet eng?"
Ik haal mijn schouders op, knaag, kauw en slik, terwijl ik God bedank voor deze traktatie.
Mij kan niks gebeuren.
Ik heb een zak popcorn in mijn handen en het leven is verpletterend eenvoudig, zout en mooi.
"Teveel zout is heul slecht voor je bloeddruk," zegt de buurtsupervrouw. "Weet je dat wel?"


"Heb je je vluchtkoffertje al ingepakt?" vraagt vriendin P.
Zo heet dat officieel: vlucht-koffer-tje. Daar stoppen de hoogzwangeren allerlei spullen in die ze nodig zullen hebben als ze toch plotsklaps in 't ziekenhuis moeten werpen.
"Jazeker," knik ik. "Staat helemaal klaar, hoor!"
Ik vertel er maar niet bij dat de koffer bomvol zakken popcorn zit. En salmiakknotsen voor het geval ik een droge smuichel van 't puffen krijg.
"Je hebt toch wel een behoorlijk nachthemd?" roept mijn moeder. "Hoe wil je anders de kraamvisite ontvangen?"
"In mijn uitgescheurde, ingeknipte blootje," leg ik uit. "In mijn na-druipende nakendheid. Daar zal ik ze in ontvangen. En met een lekker stukje moederkoek bij de koffie."

"Alle kleertjes moeten vantevoren gewassen zijn met speciaal poeder." zegt de intake-juf van de kraamzorg. Ze ruikt aan een rompertje en trekt een vies gezicht. "NOOIT MET WASVERZACHTER!"
"Ook niet als die heul lekker ruikt?" piep ik, "Naar wilde rozen, seringen en lelietjes van dalen?"
"Wil je dat jouw baby jeuk krijgt?" vraagt de kraamjuf dreigend. "Met bultjes en grote, vurige, schrale plekken? Wist jij dat jeuk soms nog erger is dan pijn?"
Nee, dat wist ik niet.
Ik neem snel nog een handje popcorn en ga voor het raam zitten uitkijken naar een dikke, rode kater.


 
< Vorige   Volgende >